Kees Hordijk over LOOMING

geplaatst in: blog | 0

TERUGBLIK

 

Voor het eerst schrijf ik een bespreking over een expositie die reeds voorbij is. Een weekend expositie van 3 kunstenaars die met elkaar de ruimte van WG kunst dit voorbije weekend hebben gevuld. Wanneer ik namelijk de dag voor de opening langs de galerie ga staan er slechts een paar doeken tegen een wand. Ik ben te vroeg. De expositie moet nog opgebouwd worden. De dag van de opening zal dat pas gebeuren. En die dag kan ik niet. Pas zondag op het einde van de middag kom ik door de regen en de kou die plotseling is in gevallen naar WG kunst. Toch verlangend om deze expositie nog te zien. In de ruimte tref ik de kunstenaars aan die met elkaar deze samenwerking zijn aangegaan. Jan Pronk en Judith Funke met schilderijen. Nell Berger met objecten en een act, ter plekke uitgevoerd.

Direct valt me op dat het geheel een harmonieuze indruk maakt. Ofschoon het handschrift van de afzonderlijke kunstenaars zichtbaar verschillend is maakt het geheel toch een saamhorige indruk. Alsof de werken elkaar al lang kennen en gewend zijn in elkaar’s omgeving te verkeren. Ik loop er een tijdje rond om wat te wennen aan deze nieuwe wereld waarin ik, na mijn fietstocht door de regen, ben beland. Druk is het niet in de ruimte. Er heerst een vriendelijke rust. Ik probeer mezelf leeg te maken en open te staan voor wat er aan de wanden hangt. Veel figuratie zie ik niet. Maar abstract kun je het ook niet noemen. Het lijkt op een verbeelding die uit een andere wereld stamt. Alsof je op een andere planeet bent beland en daar de restanten van een onbekende cultuur aantreft.

Schilderijen, overwegend in bruin en zwart die een oneindige reeks van bruintinten vertonen. Meestal abstract maar soms ineens een voorstelling van een figuur tonend. In de verte roept het een herinnering op aan Rembrandt. Als je zijn werk zou uitvergroten krijg je ongeveer deze werken van Jan Pronk. De bruintinten blijken te zijn aangebracht met verf die is samengesteld uit de gemalen bast van kastanjes. Het versterkt het idee dat ik bij binnenkomst kreeg. Het gaat hier over een levende werkelijkheid om ons heen. Het is hier in de zaal een organisch universum al lijken de levende of afgestorven vormen en stoffen uit een andere werkelijkheid te stammen. De schilderijen zijn niet abstrakt maar vertegenwoordigen een organische wereld waar wij mensen meestal niet meer komen.

In een hoek zie ik witte bollen, gemaakt van dik verzadigd perkament papier waarin een structuur van vierkante vormen is aangebracht. Ook hier die gewaarwording iets te zien uit een andere wereld van levende materie waar wij geen weet van hebben maar waar leven ontstaat en ook weer vergaat. Een kosmische wereld ver van ons menselijk bestaan. Werk van Nell Berger. Aan de wand hangt een enorm vel papier. Erop staan klonteringen van rondjes, met potlood getekend. Zwart potlood maar het lijkt op inkt. Inkt zou het echter te hard maken en niet organisch lijken. Alleen al de tijd die nodig is om deze “werelddelen” van rondjes – of zijn het zeshoeken ? –  te tekenen veronderstelt een tijdloos bestaan aan de tekentafel. Een meditatief uitdijende wereld waarin de vormpjes alsmaar aan blijven groeien en tijdloos voort bestaan. En misschien ook weer kunnen verdwijnen.

Op verschillende plekken hangen er grote vellen papier met daarop grote poorten geschilderd.

Zo noem ik het maar. Werk van Judith Funke. Ze lijken op levende doorgangen naar een ander bestaan. Markeren op die wijze een overgang naar een ander, onbekend bestaan. Transities zou je het kunnen noemen. Want zo groot is de overgang naar een wereld die je niet kent.

Ik verbaas me over deze expositie waarin alles lijkt te verwijzen naar een werkelijkheid die niet de onze is. Een eensgezinde verwijzing naar een onbekende wereld die onze eigen werkelijkheid op losse schroeven zet. Hoe zeker is die wereld van ons eigenlijk als de betrekkelijkheid ervan zo zichtbaar wordt door deze fragiele, vreemde werelden om ons heen. Alles in deze expositie brengt je als kijker uit balans. Omdat je het houvast verliest wat onze gewone kijk op de werkelijkheid doorgaans geeft.

Halverwege mijn bezoek aan de expositie wordt deze verwarring tot leven gebracht door een danseres die van een andere planeet lijkt te komen. Ze tast als met een rontgenapparaat de bezoekers af. Test ze of ze veilig zijn of geeft ze hen een heilzame voeding ?

Ze voert een act uit met een stuk slang die ze op en neer laat dansen. Vervolgens zet ze de slang aan haar mond en blaast belletjes uit een vat, gevuld met water. Dampen stijgen op in

de ruimte om ons heen. De magie is voelbaar. Wat het uitbeeldt weet ik niet. Maar het raadsel is even groot als bij het beeldende werk in de zaal en doet denken aan de magie die in de natuur om ons heen ook heel gewoon is en die misschien ook in ons menselijke bestaan aanwezig is maar meestal niet wordt opgemerkt, gehinderd als we worden door het nuchtere verstand.

Kees Hordijk

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.