BOTSING. Kees Hordijk over Chiel Veffer en Dick Simonis

geplaatst in: blog | 0

VERGANKELIJKHEID

Waarom ik deze titel kies weet ik eigenlijk niet. Hij viel me in bij het schrijven. Natuurlijk, de kunstenaar zelf refereert aan de tijdelijkheid van ons bestaan. Maar misschien bracht ook de inrichting van deze expositie me op dat spoor. Als je de zaal van WG Kunst binnen stapt word je overweldigd door de hoeveelheid kunst die er hangt. Schilderijen van Chiel Veffer en objecten van Dick Simonis. Alle wanden zijn vol. Alsof er geen stukje witte muur mocht over blijven. Het is net alsof ik op de kijkdag van een kunstveiling ben binnen gelopen. Daar hangen ze ook alles vlak naast elkaar. Er moet immers zoveel mogelijk kunst getoond worden. Het gaat er niet om de kunstwerken tot hun recht te laten komen. want als je dat van belang vindt geef je elk werk voldoende ruimte. Om op zichzelf te kunnen bestaan. Maar dat is hier kennelijk niet van belang. Ook de prijs voor het werk verbaast me. 70 euro voor een schilderij slechts. De kunstenaar is 70 jaar oud. Zelfspot denk ik. De kunstenaar neemt een loopje met zichzelf. Alsof hij zijn eigen werk niet serieus neemt. Het mag voor een habbekrats weg. Het leven is toch vergankelijk, en de kunst betrekkelijk. Ik weet even niet goed raad met deze expositie. Wat moet ik hier nu van denken. En wat erover schrijven ?

Ik loop wat rond tussen al het opgehangen werk. Plek is er niet meer maar ik zie nog heel wat kunst tegen de wanden staan. Ik hoor dat bij elke verkoop de lege plek gelijk kan worden ingenomen door een ander schilderij. Het doet me denken aan de efficiente wijze waarop een nalatenschap wordt geveild. Is dit soms een nalatenschap die hier om me heen hangt ? Is de kunstenaar klaar met zijn kunst en mag die uitverkocht worden ?

Ik probeer me te concentreren op de werken afzonderlijk. Haast moet ik met mijn handen rond de ogen naar een schilderij kijken om te zorgen dat ik al zijn buren niet tegelijkertijd zie.

Toevallig sta ik voor een wand waar “collages” hangen. Ik zet het tussen haakjes want het zijn geen collages in de gebruikelijke zin van het woord. Het zijn stukken golfkarton die bewerkt zijn met verf en stukken papier als ik het goed zie. Er ontstaan gelaagde oppervlakken die in de verte doen denken aan natuurlijke processen waarbij de verkleuring en erosie door de tijd heen de oorspronkelijke aanblik van het materiaal hebben aangetast.

De tand des tijds lijkt aan het werk te zijn geweest. Maar dat is bedrog. De kunstenaar heeft dit proces van veroudering nagebootst. Niet om het te imiteren. Want dan probeer je de kopie niet af te laten wijken van het origineel, in dit geval de natuurlijke processen van verandering en afbraak. Nee, je ziet heel goed dat het kunst is, dat het bekoort, dat het doet denken aan, dat er een soort van filosofie achter schuil gaat over  de vergankelijkheid van het leven. de betrekkelijkheid van het leven, dat vooral. Ernaast hangen platen waarop plastic bakjes zijn bevestigd zoals Albert Heijn die gebruikt voor zijn appelflappen. Maar zodanig bewerkt en geverfd dat je pas in 2e instantie ziet wat het is.

Rond lopend in de zaal begin ik beter te begrijpen waar de kunstenaar mee bezig is geweest. Relativering en vermomming, maar ook de schoonheid van het vergankelijke, van het vergane. Wanneer je daar tenminste zelf als kunstenaar vorm en kleur aan geeft. Zodanig dat je de oorspronkelijke materialen haast niet meer herkent.

Soms combineert hij de natuur letterlijk met verf. Ik zie een peper op een plankje vastgehecht. En even verderop een groter soort van tropische peper, allebei dik onder de verf. Maar evengoed verwerkt hij ook plastic in zijn werk. Het is alsof hij de schoonheid wil laten zien die je kunt geven aan de uitwerpselen van onze welvaartsmaatschappij maar evengoed aan wat er overblijft als restant van organisch leven, van plantaardig bestaan. Schoonheid kan ontstaan uit wegwerpspullen maar ook uit afgestorven natuur. En de hand van de kunstenaar laat dat zien.

Het is niet zomaar een verandering van de dingen maar een soort van transitie. Een wezenlijke omslag waarbij het getransformeerde een nieuwe gedaante en betekenis heeft gekregen.

De kunstenaar zelf zal waarschijnlijk direct deze woorden willen relativeren en er om lachen.

Teveel eer voor zijn werk. Laat het maar gewoon blijven, de menselijke maat. Alles is immers betrekkelijk. Als het einde nadert mag het voor een habbekrats weg. Als je geen plek in het atelier meer hebt gaat het naar de dump. Zo relatief is op termijn alles wat eerder als heel belangrijk werd geacht.

Als ik de galerie verlaat weet ik nog steeds niet of ik de kunstenaar nu serieus moet nemen of niet. Als ik zijn werk serieus neem lacht hij me misschien uit en als ik het wegdoe als kunst voor de uitverkoop kwets ik hem wellicht. Maar ja, dat heeft hij dan knap gedaan ! Zelfspot en tegelijk de ander voor de gek houden.

Trouwens ! Er staat ook werk van een andere kunstenaar in de galerie. Grote objecten. Iets wat leek op een elektriciteitsmast, en een namaak Coronabacil met van die ploppers waarmee je een verstopping probeert ongedaan te maken, en nog zo het een en ander. Maar daar ben ik eerlijk gezegd door de hoeveelheid kunst aan de wand niet meer aan toe gekomen. Ook daarvoor geldt dat er veel humor in zit. En misschien zelfspot !

 

Kees Hordijk

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.