Tentoonstelling ‘Mijn generatie’ bij WG Kunst tijdens Boekenweek 2026

Van 13 t/m 22 maart 2026 vindt bij WG Kunst een tentoonstelling plaats in het kader van de Boekenweek 2026, met als thema Mijn generatie.

Wat betekent mijn generatie vandaag de dag, en hoe verhoudt die zich tot andere generaties? In deze tentoonstelling onderzoeken kunstenaars van [Spatie] deze vragen vanuit uiteenlopende perspectieven en levensfases.

Speciaal voor dit project schrijft schrijver en dichter Simone Atangana Bekono een nieuw gedicht, geïnspireerd op het Boekenweekthema, dat zij tijdens de opening zal voordragen. Haar woorden klinken door in het beeldend werk van de Spatie-kunstenaars, die zich laten leiden door het thema en door de literaire teksten van Simone Atanga Bekono

Dit project komt tot stand in samenwerking met Perdu, centrum voor poëzie en experiment.

Deelnemende kunstenaars van [Spatie]: Anita Markx, Anna Markelova, Citore Doom, Eva Soutendijk, Fem van Nu, Gene Worrell, Hannah Dreijer, Isabelle Æliëns, Janneke Hoogeveen, Krik, Merel van Rijn van Alkemade, Paaf, Sharon Kortekaas, Thijs Kooi.

OPENING vrijdag 13 maart  17.00-19.00

Tentoonstellingsperiode 14 t/m 22 maart 2026

Geopend dinsdag t/m zondag 13.00-17.00, maandag gesloten

 

Mijn generatie

Je werd geboren, gedragen, gewassen

Was iemands kind, een leerling, een vriend, een schoft

In de tijd geboren, door de tijd gevormd

Haast bewusteloos – de wereld een waarneembaar verband

Strak om je hoofd

En dan, plots, versplintering:

Een wond kan niet helen, de kleur blijkt voorbestemd

Het bord valt op tapijt en breekt alsnog

 

Oftewel: in de verte splijt de wereld als een rijpe vrucht open

In de vorm van gebouwen, landsgrenzen, vinylplaten, polkadots

Lachspiegels, afgeknipte haarlokken, powershoulders, een paspoort

Als jager joeg je, als verzamelaar sloeg je het op

Je leerde thee te drinken, koffie, hoe je dat het lekkerst vond

Iemand zei: ‘dat hoort niet zo’ en je vond ineens wat anders

Nu huil, lach, praat je aan het einde van de zomer

 

En wat voor zomer

Om je heen vele gezichten in de namiddaggloed

En daarachter de nauwelijks zichtbare anderen

Met weer hun lachspiegels en gebouwen

Er vliegt een spreeuw over het maaiveld

Een duif over het terras

En die volg je, lang, tot uitputtens toe, met de brandende ogen

Van de jager die je ooit was, te vaag begrip om naartoe terug te keren

Maar toch een ijkpunt, steen in het zand

 

Ik hoef maar één glassplinter omhoog te houden

In die nazomerzon en een zestal hoofden draait zich om

Neus in de lucht, diezelfde jagersogen

Als uitgegooide trossen mompelen ze:

Oh ja, oh ja, zo doen wij dat, ik weet dat nog”

 

Simone Atangana Bekono