Wanden, gevuld met vele vellen papier, aaneengesloten hangen ze naast elkaar. Het beslaat bijna een hele wand. De overwegende kleur is blauw. Hemels blauw. Met voorstellingen die aan de ruimte doet denken. Je zweeft als het ware door de ruimte. Ziet planeten langs komen om even verderop door een gat in de wand naar het dichtbije gebeuren in eigen huis te kijken.

In de galerie tref ik de kunstenaar, bezig met het inrichten van zijn expositie. Het aaneengesloten werk vult een groot deel van de beschikbare wanden. Klaar is de inrichting nog niet maar het meeste kun je al zien hangen. Ik lees de paar bladzijdes waarop de kunstenaar zijn bespiegelingen schrijft over de kunst die hij maakt. Het ademt de sfeer van contemplatie. Een sfeer van “there is more between heaven and earth Horatio than there is dreamed in your filosophy” Al snel raken we aan de praat over zijn werk. Daar heb ik als kijker wel behoefte aan. Zijn werk is niet direct toegankelijk. Je wilt er iets over horen om het te kunnen begrijpen. De eerste indruk is die van het firmament, de hemel boven ons. Waarin van alles zweeft. Je ziet er hemellichamen in en planeten. En ruimte daarom heen. Alsof je door het heelal dwaalt. De overwegende kleur is blauw ook al zijn er hier en daar afwijkingen in wit en zwart. Het is indrukwekkend wat je ziet maar wat de kunstenaar ons wil vertellen is niet direct duidelijk. Wat dat betreft roept het werk veel vragen op. De dag erop ben ik weer in de galerie en hangt bijna alles al. We spreken elkaar wat uitgebreider deze keer.
De eerste vraag die bij me opkomt is wat deze volle wand wil zeggen, wat het ons wil laten zien. Hij vertelt dat het om associaties gaat die je bij het kijken naar zijn werk krijgt. Er is geen eenduidige uitleg. Dat wil hij ook helemaal niet. Juist de associaties die je als kijker hebt doen er toe. In die zin beschouwt de kunstenaar zijn werk als geslaagd wanneer je bij het kijken naar zijn werk veel eigen associaties hebt. Verbindingen met je eigen leven, met persoonlijke betekenissen die bij je worden opgeroepen door zijn tekeningen, maar die toch uiteindelijk uit je eigen leven komen. Associaties dus. Ze zijn van jezelf maar worden opgeroepen door de tekeningen of verfsels die Harry gemaakt heeft. Een interactie zou je het kunnen noemen.
Harry vertelt hoe hij zelf overweldigd kan worden door de wereld om hem heen. Een wereld die zo vol feiten en werkelijkheden is dat je er haast in verdwijnt. Hoe goed is het dan om bij jezelf te blijven en te zien hoe je de eigen werkelijkheid daar tegenover kunt zetten. Misschien wel moet zetten om overeind te blijven. De werkelijkheid om ons heen kan ons overweldigen. Zo groot en omvangrijk is die. Daar verdwijnen we in. Daarom die noodzaak bij jezelf te blijven en je eigen gevoelswereld vorm te geven. Het is en blijft een spanningsveld tussen die twee maar zo is het nu eenmaal. Op de wanden zie ik de associaties die Harry zelf heeft ervaren naar aanleiding van dat wereldgebeuren maar ook de associaties die verwijzen naar het alledaagse gebeuren van hem zelf, zijn wederwaardigheden in het leven van alledag. Het wereldje om hem heen. Dat heelal wat zo allemachtig groot is zien we terug in zijn werk maar ook alles wat dichtbij huis is. Herinneringen, gevoelens. Alles wat ons dagelijkse leven vult.
Een wand is bedekt met tal van kleine werkjes. Ter grote van een ansichtkaart. Je kunt de tekeningen haast lezen zoals je een boek leest. Je ziet het dagboek van Harry kun je ook zeggen.

Aan een andere wand zie ik vellen in een andere kleur. Meer richting bruintinten of liever gebroken wit. De arceringen in kleur komen daardoor beter uit. De betekenis blijft echter op dezelfde wijze onbekend maar mag ingevuld worden door de kijker.
De dag erop kom ik weer terug en zie de laatste aanvullingen in de expositie. Met name de leporello’s. Al zijn ze op de wand gehangen. In grote boeken, gemaakt van krantenpapier waarop hij getekend of geschilderd heeft, vind je wederom een verslag van het menselijke, alledaagse gebeuren. Zoals de “dagboeken” waarin hij verslag doet van de belevenissen. Van gevoelens en van gewaarwordingen. Het sluit goed aan bij zijn werk aan de wand.Weer gaat het om de associaties die de kijker mag krijgen bij het kijken en die zo belangrijk zijn om jezelf plek te geven tegenover dat wereldgeweld. Harry vertelt me hoe blij hij is wanneer de associaties bij de kijkers in grote getale opborrelen bij het kijken naar zijn werk en in de persoon van de kijker een eigen leven gaan leiden. Dan is hij pas tevreden. Wanneer zijn associatieve tekeningen tot een eigen persoonlijk gedachten leven leiden bij de kijker. Pas dan is hij geslaagd in zijn missie.
Kees Hordijk





Geef een reactie