Wederom een opwindende tentoonstelling in WG Kunst. Levensgrote doeken bedekken de muren van de galerie. Zonder lijst hangen ze aan de muur. Hier en daar zie je nog golvingen in het doek. Het verhoogt de levendigheid van het werk. Want levendig is het. De doeken zijn gevuld met mensen. Mensen die druk in de weer zijn. Er gebeurt van alles op de doeken.

Heftige emoties spelen zich erop af. Ook al zie je niet altijd wat er precies gebeurt. Maar de emoties spatten er van af. Ik vraag de kunstenaar wat er precies gebeurt op zijn doeken maar hij is te druk om daar antwoord op te geven ook al probeert hij toch tussen de bedrijven door iets over zijn werk te vertellen. Hij is vooral druk met het ophangen van de schilderijen. En kennelijk is dat een proces wat nog in ontwikkeling is. De doeken verwisselen regelmatig van plaats op de wanden. Ook valt er zo nu en dan een werk af of komt er een bij. LUKJANSKY heeft een voorraad werk bij zich die niet eens in zijn geheel opgehangen kan worden. Driftig loopt hij heen en weer tussen al het werk en komt ter plekke tot keuzes. Het is duidelijk dat hij heel spontaan en intuïtief te werk gaat.

Zoals ik de persoon van de kunstenaar in die eerste minuten leer kennen zo is zijn werk ook. Zeg maar: heel uitgesproken. De kleuren spatten van de wanden af. Heftig rood en paars en blauw en alles wat er tussen in ligt. Het zijn ook heftige taferelen die we voor ons zien. Regelmatig zijn er Christusfiguren maar de kunstenaar laat weten dat hij niet zozeer religieus is, maar belang hecht aan de betekenis die ze in de geschiedenis hebben gehad, de gevoelens die door hen worden uitgedrukt. En dan gaat het over goed en kwaad. Over elkaar beschadigen of juist redden. En over het einde van een verhaal wat bij hem meestal goed afloopt.

Op sommige doeken zie ik alleen vrouwen. De kunstenaar vertelt dat hij liever vrouwen schildert omdat ze qua figuur beeldender zijn dan mannen. Eleganter, sierlijker, mooier gevormd. Het geweld lijkt ook een rol te spelen in zijn werk. Hamers en bijlen zie ik op menig doek. Liefde en geweld. Het is van alle tijden.

Het werk doet me denken aan expressionisme of aan primitieve kunst. Daar moet ik direct aan toevoegen dat naar mijn mening die kunst van een grotere originaliteit getuigt dan de academische kunst die zoveel meer ontleend is aan voorbeelden van de daaraan voorafgaande kunst. Is nog niet vorm gegeven door een eeuwenlange cultuur en heeft daardoor veel meer eigenheid. Deze kunst komt van binnen uit, is vorm gegeven in het binnenste van de kunstenaar. En daardoor meestal veel origineler en oorspronkelijker.
De kunstenaar vertelt hoe hij altijd intuïtief te werk gaat. Nooit heeft hij van te voren een plan.
Al doende ontstaat het werk. Hoogstens wat aanpassingen na afloop, als het spontane proces voltooid is. Hij wordt dus geleid door een autonoom proces zou je kunnen zeggen waarin het werk als vanzelf tot stand komt. Natuurlijk geleid door de intuïtie en het spontane gevoel. Maar zonder bedoelingen of overwegingen of plannen. De kwast gaat als vanzelf.

Een ander aspect wat me opvalt in zijn werk is het groepsgebeuren. Steeds zie je meerdere mensen op zijn doeken die allemaal druk met elkaar bezig zijn. En opeens valt me op dat het zo lijkt op de middeleeuwse schilderijen waarin ook altijd heel wat figuren meespelen in een dramatisch verhaal. Dat drama meen ik ook in het werk van LUKJANSKY te zien al ken ik de afgebeelde verhalen niet.
Meerdere werken spreken me erg aan. Vanwege de balans in vorm en kleur. Of de zwarte omkadering van de figuren, die versterkend werkt. Het doek wat overwegend in groen is geschilderd en daardoor alleen al opvalt. Waarin ook weer heel wat koppen zichtbaar worden. Het oogt niet vrolijk. Maar wat er gebeurt weet ik niet. De eenvoud van kleur doet het schilderij opvallen in deze bonte verzameling.

Ik besef dat de kunstenaar eigenlijk geen schilderijen maakt. Hij zit in een gezamenlijk wordingsproces met zijn schilderijen, zijn kwast en zijn doeken. Grote kans dat hij even later weer een verandering aanbrengt op een van zijn doeken. Of als hij de doeken heen en weer naar verschillende plekken sjouwt om aldus de werking van het licht op zijn werken te beoordelen. Eigenlijk is het nooit klaar want hijzelf is altijd in beweging. En dus ook het doek waar hij op dat moment op schildert. Eigenlijk ontstaat zijn kunst als vanzelf. Zo ervaart hij het maar schijn bedriegt.
Kees Hordijk
Geef een reactie