MIJN GENERATIE
Zo heet de expositie die nu in WG KUNST hangt. 14 Kunstenaars tel ik op het lijstje. Kunstenaars die allemaal meedoen aan deze expositie.
Wanneer ik de zaal een dag eerder dan normaal binnen kom zijn ze al druk bezig. Nog geen 14 maar toch wel een stuk of 6. Evengoed is het een drukte van belang. Alhoewel, sommige kunstenaars hoor je niet eens. Ze bewegen ook nauwelijks. Stil zijn ze aan het werk. Terwijl anderen druk in de weer zijn en onderling aan de praat raken.

Ik spreek een kunstenaar die net bezig is een groot visnet ut te spreiden. Een fuik om precies te zijn. Het weefsel blijkt van VHS banden te zijn gemaakt. Films waarop ooit dierbare herinneringen te zien waren. Er ontvouwt zich in het visnet een levensverhaal. Hier en daar zitten er kleurige hangertjes waarop de naam van de video staat. Zoals de meeste fuiken eindigt ook deze op het eind in een knoop en stopt daar.

Even verderop raak ik in gesprek met een kunstenaar die staat te schilderen op een groot doek. Of is het wel een doek ? Het lijkt meer een houten plaat. Ook met haar raak ik aan de praat. Ze vertelt dat het een brug voorstelt. Maar dan een brug die nooit aan de overkant komt. Of liever, je ziet geen overkant. Haar werk is een kunstig bijeenvoegen van een foto en verf. Zodanig dat je niet eens de overgang van het een naar het ander ziet. Ze vertelt over bepaalde ervaringen die ze in haar leven heeft meegemaakt. In de woelige zeventiger jaren op reis naar New York. De hippie tijd. Opwinding maar ook treurigheid die je meemaakte en zag. Een periode die diepe indruk op haar heeft gemaakt. En die ze een beetje in deze brug tot uiting brengt.

In de hoek er tegenover zie ik een tableau hangen. Zo noem ik het maar. Kleurige organen uit het menselijk lichaam, hangend aan een rail. Ernaast hangt een frame, lijkend op een lichaam waar de lichaamsdelen aan op gehangen kunnen worden. Ik spreek de kunstenaar de dag erop en hoor van haar hoe de installatie als het ware de toestand van het lichaam verbeeldt. Zoals je je kunt voelen in je lijf. Welk orgaan bijvoorbeeld protesteert of dwars ligt. Dat orgaan kun je dan op zijn plek ophangen. Daar waar het stoort en lastig valt. Maar ook een orgaan wat het goed doet in je lijf kun je er in ophangen. Het valt me op hoe beeldschoon de organen zijn gemaakt. Van papier dat vervolgens in lijnolie gedrenkt is. En met lijnolie tot organen gevormd. Daarna in prachtige kleuren geverfd. Om daarna een lust voor het oog te zijn.
Ik begin steeds enthousiaster te worden over deze expositie. Hoeveel moois daarin getoond wordt wat in de beslotenheid van het atelier in de verf is gezet of aan elkaar gemaakt.
Zo zie ik even verderop verfbanen op het papier komen die gezamenlijk een reflectie laten zien van wat ooit door de vader van de kunstenaar is gefotografeerd. Kleine zwart – wit foto’s die stuk voor stuk de natuur tot onderwerp hebben. Kleine kiekjes die zijn liefde voor de natuur laten zien en die nu door zijn dochter, enigszins geabstraheerd, op een veel groter papier tot leven worden gebracht. Met verf die in dikte varieert – soms dun dan weer dik en in banen op het papier – ontstaat er een levendig patroon van vlekken en strepen die in de verte doen denken aan die oude natuurfoto’s van haar vader. Foto’s van vroeger. Nog in zwart – wit. Ook haar verfbladen zijn om die reden uitsluitend in zwart – wit. Ontroerend hoe ook hier dus iets van die familiegeschiedenis wordt verteld. En waar eigenlijk altijd emoties aan verbonden zijn.

Ik kom in een hoek van de zaal waar ik allemaal kleurige kubusjes aan draden zie hangen. Alles van papier geknipt en gevouwen en geplakt. Een wonderlijk schouwspel. De kunstenaar vertelt dat het de ontwikkeling van de mens laat zien. Bovenin zie je vissen en dieren maar naarmate je lager komt worden het kubusjes. Van het organische leven zijn we terecht gekomen in het computer en internetgebeuren waarin we verleid worden tot steeds meer achter het scherm zitten. En waar je uiteindelijk niet beter van wordt.
Een wonderlijke bouwsel van gekleurde plaatjes vormen een grote hanger waarin ook weer dieren terug keren. De bouwsels zijn prachtig terwijl de boodschap somber is. Ernaast op de wand ook weer veelkleurig papier wat echter hier en daar ingeknipt lijkt. Van dichterbij zie ik dat het niet is in geknipt maar verborgen geraakt onder een wit vel papier dat in hoeken is gesneden.

Een paar meter verderop tref ik de volgende kunstenaar. Deze keer een man die peinzend naar zijn kunstwerk staat te kijken. Alsof hij er nog verder aan wil werken maar even niet weet hoe nu verder te gaan. Ik spreek met hem. Over zijn aarzelingen. Het grote vel papier op de wand toont een mannelijk figuur. Er omheen zie je vegen van houtskool.
Hij vertelt hoe hij zijn kunst in wording telkens weer onder handen neemt. Het is eigenlijk een voortgaand proces waarin steeds veranderingen worden aangebracht in het werk waar hij mee bezig is. Die veranderingen hebben te maken met hoe hij zich op dat moment voelt. En dat varieert al naar gelang het uur en de dag. Vandaar die aanpassingen. Het is eigenlijk een voortgaand proces waar hij met zijn hele persoon in betrokken is. Waar allerlei gevoelens een rol in spelen. Het is eigenlijk een wederzijdse uitwisseling tussen hem en het papier op de wand. Een gesprek. Soms met moeite, dan weer met gemak.

In een hoek van de achterzaal zie ik een installatie van papier gemaakt. Ik spreek de kunstenaar. Ze is Russisch van geboorte. Maar spreekt al aardig Nederlands. Ze vertelt dat de voorstelling – het beeldt een gezicht uit, of eigenlijk zijn het drie gezichten – laat zien hoe ze zich gevoeld heeft in haar land van herkomst. Overal heerste de dictatuur van het verplichte je “uitspreken zoals het moest.” De opvoeding die ze kreeg stond bol van eindeloos herhaalde politiek correcte uitspraken waar ze niets aan had. Die je alleen maar ongelukkiger maakten. Er was totaal geen aansluiting met hoe zij zelf dacht en voelde. Haar werk oogt ruimtelijk. Door de dwarsverbanden ontstaat er diepte in het werk. Het meest in het oog springend is het gezicht en face. Het kijkt de toeschouwer doordringend aan.
Er schuilt een zekere wijsheid in het gezicht. Links en rechts daarvan zijn er ook gezichten die je van de zijkant ziet. Die beide gezichten tonen een andere kijk op die onderdrukkende samenleving. Er klaar mee zijn. Er genoeg van hebben.
Midden in de achterzaal ontmoet ik de maker van een groot billboard. Zo noem ik het maar. Het is een aaneen gesloten stevig karton waarop affiches zijn geplakt. Bewerkt met verf en pen. Het ligt voor hem op de tafel. Op de affiches lees je boodschappen uit die wilde 70-tiger en 80-tiger jaren waarin hij zich eindelijk bevrijd heeft gevoeld. Weg kon hij eindelijk uit de vele jaren waarin hij werd afgekeurd. Homoseksueel zijn bleek niet erg gewenst in het milieu waarin hij opgroeide. In die roerige punktijd waarin hij zelf 17 jaar werd kon hij zich los maken uit die benauwende omgeving. Om vervolgens de vrijheid te gaan ontdekken. Zijn werk roept gelijk de sfeer op uit die jaren van verzet en protest. Nog versterkt door het bewerken van de affiches met klodders verf.
In de verste uithoek van de zaal zie ik papieren die aan touwen naar beneden hangen. Deels beschreven. Ik zie er in uitgedrukt hoe toevallig kunst eigenlijk tot stand komt. Zelf bedacht maar toch bij nader inzien verregaand beïnvloed door externe omstandigheden. Daarnaast aan de wand vellen papier waarop getekend is. Bij nader inzien blijkt het schuurpapier te zijn. Een teken hoe ze onze samenleving beleeft. Het is alsof ze processen in beeld wil brengen die uiteindelijk grotendeels vanzelf tot stand zijn gekomen. Voortgekomen uit het grotere wereldgebeuren. Het is bij uitstek een manier om het thema van deze tentoonstelling in beeld te brengen. “Zie hoe kunst ontstaat door gebeurtenissen in de wereld om mij heen. Omstandigheden waar ik maar gedeeltelijk de hand in heb. Die mij meer bepaald hebben dan ik hen.”

Tot slot de laatste kunstenaar die ik deze dagen in de galerie ontmoet. Ze is de jongste deelnemer schat ik. En nog druk doende met haar werk. Op een verhoogde stellage zie ik een paar werken van glas liggen. Bewerkt en golvend. Dat is bij glas al bijzonder. Heeft ze het eerst gesmolten ? En daarna bewerkt ? Veel tijd krijg ik niet om het te bekijken. Ze neemt me mee naar een stapel papieren die aan de andere kant van de zaal liggen. Het blijken tekeningen te zijn. Veel tekeningen in allerlei formaten en vaak met zo’n diepe blauwe kleur erin. Het doet aan als waterverf maar zeker weten doe ik het niet. Het zijn voor het merendeel studies, probeersels. Ook al zie ik direct dat ze goed kan tekenen. Ze heeft nog een dag te gaan gelukkig. De dag erna zie ik hoe ze tekeningen bij de ingang heeft opgehangen. Ze drukken met elkaar een zekere spanning uit. Een sfeer waarin je niet precies weet wat er aan het gebeuren is.

Op de laatste dag, vlak voor de opening, staat er opeens een paspop in de ruimte waarom heen een gehaakt vest hangt. Het laatste kunstwerk wat kennelijk net binnen is gebracht. Met prachtig woldraad in allerlei kleuren gemaakt. Op het vest zitten hier en daar stiksels waarop teksten staan te lezen. Teksten die verwijzen naar allerlei diagnoses. Sommigen uit een medisch handboek geplukt, anderen uit de rechtstreekse beleving van een patiënt.
Het geeft een aandoenlijk beeld van een prachtige buitenkant maar van binnen is er een en al lijden.
10 van de 14 kunstenaars heb ik bij deze prachtige expositie gesproken en besproken. Bij het weggaan lees ik nog een keer het gedicht wat als leidraad heeft gediend bij deze expositie. En dan is er ook nog het thema van “mijn generatie” dat aanleiding is geweest tot al dit werk om me heen. Hetzij door gebeurtenissen in de buitenwereld. Hetzij door je eigen levensverhaal.
Ontroerend vind ik de wijze waarop in het werk van deze kunstenaars zichtbaar en voelbaar wordt hoe hun kunst verbonden is met hun leven, met hun persoon, met hun emoties.
Deze samenhang maakt het werk veel rijker en doorleefder. En dat voegt veel toe aan kunst. Kunst wordt rijker wanneer je als kijker een beetje mee kunt voelen met wat de kunstenaar erin uitdrukt.
Kees Hordijk
Geef een reactie