Kees Hordijk over BINNENsteBUITEN deel 2

geplaatst in: Geen categorie | 0

 

Voor de tweede keer loop ik op een zonnige dag over het WG terrein om naar de gele kastjes te kijken. Het is inmiddels half mei. De kou is eindelijk uit de lucht. Het voorjaar kan beginnen. Ik wandel rond op zoek naar de mooiste kastjes. Een paar weken terug besprak ik er al een paar. Vandaag ga ik er weer een aantal zoeken die er voor mij uit springen. Ze staan over het hele terrein verspreid. Op zoek dus maar.

Bij het sportveldje aan de zuidkant, daar waar ik een paar weken geleden stopte met mijn zoektocht langs de kastjes, kom ik een heerlijk strandtafereel tegen. Van Colette Curfs. Misschien is het doekje aantrekkelijk vanwege dat veelbelovende strand. Een plek waar we bij deze aanhoudende kou extra naar verlangen. Het is ook de compositie die me verleidt. De vrolijk sprekende kleuren die zich in de vorm van ijslollies op het warme strand aandienen. Lui ligt ze daar achterover. In niet meer dan een contourlijn aangegeven voel je de lome warmte en zee achter haar.

Even verderop word ik getroffen door een kast waarin drie rupsen zich door donkere aarde naar de zon omhoog werken. Een werk van Arnold Weel. Het voorjaar lokt hen uit het ondergrondse donker naar het licht. De kleuren zijn vrolijk rood en roze. Bepaald geen aardekleuren. Ook aan hen zou je haast willen likken. De rupsen zijn prachtig gesegmenteerd in glanzende groentinten. Van hen geniet ik nog het meest, hoe mooi ze zijn gemaakt. Materiekunst ! Kunst die je vooral waardeert door het gebruik van de materie, de stof waarvan het kunstwerk is gemaakt.

Vlak daarbij, allemaal in de looproute van de nummers, zie ik een donker landschap in blauw tinten. Jose Montoya is de kunstenaar. Er zit een enorm perspectief in. Je vliegt als in vogelvlucht over het landschap heen, weiden in formatie achter elkaar. Wanneer ik dichter bij sta zie ik dat de lijnen niet getekend zijn maar gescheurd en als vlakken over elkaar heen zijn aangebracht. Mijn bewondering stijgt nog. Om met zo’n ogenschijnlijk grove werkwijze –de randen zijn licht gerafeld- evengoed zo’n sterk perspectief te bereiken is buitengewoon knap. Een typisch Hollands weidelandschap met sloten die naar de einder reiken.

De volgende kast die me gelijk verovert herbergt weer zo’n schoorsteenmantelsculptuur. Maar hartveroverend eigenzinnig en vrolijk. Een meisje in een korte zomerse rok en in het rode bovenstuk van een bikini. Naast haar ligt haar konijn. Wat een opgewekt tafereel. Ik lees dat het gerecycled is ! Hoe is het mogelijk, je kunt dus een stuk oud porselein wat afgedaan heeft weer fris en jeugdig maken. Zonder van dat eerdere bestaan af te weten vond ik het al een buitengewoon blij makend tafereel. Maar nu des te meer. Dat recyclen zoveel nieuws kan opleveren. Dankzij Lot Moorrees in dit geval.

Mijn verbazing stijgt nog bij de ontdekking die erop volgt. Een kast die geheel gevuld is door een soort van in cirkels dicht op elkaar genaaide lagen leer die met elkaar een opgeblazen soort van pop vormen. Met haar ronde vormen drukt ze zich tegen het glas aan. Alsof ze eruit wil, de vrije lucht in. Waar ze in op zal stijgen. Eigenlijk weet je niet wat je ziet. Niet qua vorm en niet qua stof. En daarom sta ik er even perplex naar te kijken, probeer te begrijpen wat ik zie. Ze heeft ogen en een neus. Dat wel. Ze wordt er een opgeblazen persoon door. Maar het blijft tegelijk een raadselachtig ding, een buitenaards wezen. Opgesloten in een van de gele kastjes. Tot het glas door de druk erop zal breken en het wezen zal opstijgen, de vrijheid tegemoet. Het is een werk van Francisca Henneman.

Een zelfde raadselachtigheid vind ik even verderop in het werk van Mohamed Bouyzgarne.

Een ronde vorm  –  naar een vroegere L.P.  – die is bekleed met textiel in allerlei soorten en maten. Veelal transparant. Hier en daar verschijnen er bekende objecten die vertrouwd aan doen in een die verder zo onbekende wereld. Een tapebandje bijvoorbeeld. Door de wonderlijke plek waar het verschijnt worden de gaatjes van de tape als ogen die de toeschouwer aankijken. Het object raakt er bezield door. Als een vliegende schotel met levende wezens erin. Maar het is de fantasie van de kijker die de bezieling eraan geeft, aangestoken door de suggestieve samenvoeging van allerlei elementen in de kast voor hem. Een C.D. suggereert het zenuwcentrum van deze vreemde planeet.

Bijna weer terug bij de galerie word ik ontroerd door een kast die ik haast ongemerkt voorbij loop. Er hangt een ”gewoon” schilderij in. Van Shaza Omran. Niets geen poging om iets nieuws te doen of extra verrassend te zijn.. Nee, gewoon een portret van een jongetje. Knap geschilderd, dat wel. Hij kijkt niet bepaald vrolijk. Staat daar ook wat ineen gedrongen. Alsof hij klappen vreest. De strepen op zijn jak – is het de reflectie van licht of het patroon in de stof van zijn hemd ? – suggereren een evenwijdig lijnenspel dat contrasteert met zijn treurige gelaatsuitdrukking. Zijn handen, zo zichtbaar onschuldig, houdt hij voor zich. De verdere lijnvoering neigt naar stilering. En daarmee wordt de emotionaliteit verhoogd. Ook voor de kijker. Omdat de treurigheid in zijn ogen er des te meer door opvalt. Die twee ogen zijn niet te vermijden, hoe veel je ook stileert.

En dan toch per ongeluk wel een kast voorbij gelopen naar later blijkt. Met een werk van Ruud Starke erin. Als ik het als nog opzoek vind ik het direct mooi van sfeer. Een stukje natuur. Bloeiende planten. Zachte kleuren, maar een duidelijke lijnvoering. Het doet me wat symbolisch aan. Alsof het de eeuwige rijkdom van de natuur wil laten zien. Opeens zie ik dat er een laag matglas voor zit die de kleuren dempt. Misschien daarom dat sferische. En dan zie ik ook de paar openingen in het matglas waardoor de kleuren even ongehinderd kans krijgen te stralen. Ik vraag me af wat de kunstenaar heeft gedreven om het grootste deel van deze mooie tekening af te dekken. Is het om het verschil te laten zien ? En dan te beseffen hoeveel moois we in onze wereld mat laten worden onder een laag stof of vuil ? Ik weet het niet. Ik vind de tekening in ieder geval heel mooi en zou hem het liefst zonder matglas bewonderd hebben. In de kleuren die het werk eigenlijk heeft. Via de gaten zie ik hoe mooi die zijn.

Ik ben terug bij WG Kunst. Het is een ware ontdekkingstocht geworden over het terrein, vol van verrassingen. Met zoveel uiteenlopende objecten en stijlen, materialen en kleuren. Wat een rijkdom om daar in de open lucht, rondwandelend over het boomrijke en dorpsachtige WG terrein, van al die kunst te mogen genieten. Je zou gelijk in de komende tijd de ateliers willen bezoeken van de getoonde kunstenaars. Als je al over een werk van een kunstenaar enthousiast wordt, hoe zal het dan zijn wanneer je naar zijn atelier gaat en veel meer van zijn werk te zien krijgt ? Eerst maar eens online proberen om wat meer over sommige kunstenaars te weten te komen en wat meer van hun werk op de pc bekijken.

 

Kees Hordijk

 

 

 

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.