Kees Hordijk over Trigger Bang Patch – Peishan Xu & Iris van Son

geplaatst in: blog | 0

SLAAPKAMERGELUK

 

Het ziet er deze week in WG KUNST allemaal uit alsof er sprake is van veel slaapkamer geluk. Maar is dat ook zo? In de ruimte staan meerdere installaties opgesteld. Kapstokken zou je het ook kunnen noemen. Vol gehangen met lappen stof. Maar dat is een beetje oneerbiedig uitgedrukt. Het gaat om kant, om wol, om katoen. En om wel meer soorten stof. Mijn eerste associatie na binnenkomst is de sfeer van een babykamer. Terwijl er nergens een wieg voor een baby staat.

Wel roepen de stoffen die sfeer op door hoe ze eruitzien. Ze zijn bedekt met borduursels die aan babybedjes doen denken. Over de grond liggen tentakels van textiel. In wisselende kleuren. Ook die doen aan die vertederende tijd denken. Maar is het ook vertederend wat hier wordt uitgebeeld?

In de zaal klinken er geluiden. Je zou het muziek kunnen noemen maar op muziek lijkt het niet echt. Ik loop door de zaal en merk dat de geluiden variëren al naar gelang de bewegingen die ik met mijn armen maak. Kennelijk reageert het geluid op mijn bewegingen. Hoe hard ik met mijn armen zwaai. En ineens ontstaat er een organisch verband in de zaal. Iets gaat er leven. De installatie reageert op mij. Er ontstaat een dialoog tussen mij en de installatie waarin ik mij beweeg. In deze babykamer.

Na enig heen en weer lopen door de zaal merk ik dat er toch meer aan de hand is dan de vertedering die in een babykamer heerst. Ergens in de ruimte staat een installatie waarboven een stang hangt waaraan van alles is opgehangen. Daaronder een soort van trommel waaraan je niet direct kunt zien wat het voorstelt. Aan de stang hangt een korset. Ook weer van gehaakte stof met daarin een klein kussentje waarop de gestalte van een jongen zichtbaar wordt. Het geeft me de associatie van een overleden jongetje. Waarom weet ik niet. Komt het doordat de stang als een galg oogt? Gaat het om het verlies van een dierbaar kindje?

Ondertussen kronkelen de slangen van stof over de vloer voort. Ze kronkelen en bewegen op de muziek. Of stel ik me dat voor? Want de muziek reageert op mij maar voorlopig nog niet op de slangen. Door die reactieve muziek is er echter wel een uitwisseling ontstaan. De muziek reageert op mij. Waarom zouden de slangen ook niet op die muziek gaan reageren en mee gaan bewegen?

Het geheel oogt als het liefdevolle en gedroomde samen zijn van een moeder en haar kind. De stof en fijne zijde, de liefdevolle borduursels. Het is een droom waarin je leeft als je zo’n kleintje krijgt. Een wolk waar je in woont en droomt. Voor even eeuwig samen zijn.

Verwijderd van de rest van de wereld. Tot dat je wakker wordt.

 

En de droom opeens ook gevaren met zich meebrengt. Onverwachte gebeurtenissen die je overvallen. Net toen je als moeder in de zevende hemel verkeerde. Alsof het ongeluk opeens even groot kan zijn als het geluk van even daarvoor. Het geluk hangt kennelijk aan een zijden draadje. Je kunt er nooit zeker van zijn.

De dans ontbreekt nog. Die komt bij de opening van deze expositie. Hoort er eigenlijk bij maar kan niet permanent gedanst worden. Een bezwerende dans. Als om de baby te beschermen en veilig te stellen. Tegen alle boze invloeden. Bewegingen door de muziek tot leven gewekt. Sprekender kan het niet worden. Bescherming tegen al het kwade om ons heen.

 

Kees Hordijk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *