Kees Hordijk over Futuro

geplaatst in: blog | 0

FUTURO

Als ik de galerie binnen kom zie ik een aantal jonge kunstenaars bezig met inrichten. Deze expositie is een vervolg op de kunst van de afgelopen 25 jaar die in de vorige expo te zien was. Een jubileumtentoonstelling in het kader van het 25 jarig bestaan van WG Kunst.

En nu is de kunst van de toekomst aan de beurt. Daarom al die jeugdige kunstenaars in de zaal. Het is nog rommelig in de ruimte. Langzaam zie ik de afzonderlijke onderdelen tot stand komen. De signatuur van elke kunstenaar zichtbaar worden. Werk van de generatie die de kunst van de toekomst gaat maken. Verleden en toekomst. Geschiedenis en belofte. Ik ben benieuwd naar de verschillen.

De opdracht die ze krijgen is voor de hand liggend : kunst van de toekomst. De tweede aanwijzing een stuk prozaïscher : kunst in een kast. De toekomst is oneindig, een kast daarentegen heel begrensd. Als ik om me heen kijk zie ik heel wat kasten, kastjes en dozen staan. Meestal nog leeg en ze staan schots en scheef in de ruimte. Bij een tweede bezoek zijn de kunstenaars een stuk verder. Er ontstaat overzicht in de zaal. Ieder heeft zijn eigen hoek.

Ik zie een wand met foto’s. Foto’s waarop steeds iemand in zijn huis of werkruimte een doos in zijn handen heeft. Typisch zo’n gele doos van een postorderbedrijf  of bezorgdienst. Kennelijk hebben ze allemaal net zo’n doos ontvangen. Eronder een andere rij foto’s. Met zwarte strepen en vlekken op een wit vel papier. Ik heb geen idee wat het voorstelt maar de kunstenaar legt het me uit.

De dozen zijn net bezorgd bij de afgebeelde personen. In elke doos zit een filmcamera die alles wat zichtbaar werd in de doos, wanneer er een kiertje licht naar binnen viel, heeft vast gelegd. Gedurende de hele reis van postkantoor naar huisadres. Een camera obscura die getuigenis aflegt van de gebeurtenissen onderweg. Verder zijn de dozen leeg. Alleen die camera die het binnenste van de dozen vastlegde. Een soort van reisverslag. Naast de beide reeksen foto’s zie ik de gele dozen staan. Allemaal zijn ze er. Leeg en toch boordevol getuigenis van de afgelegde reis. Alsof je een glimp opvangt van een verborgen wereld. Een reis beleeft die nooit iemand kan maken. (Tibor Dieters)

Ertegenover zie ik een geopende ijskast staan. Erin bevinden zich schilderijtjes. En wat zien we op deze doeken afgebeeld ? Pasta, kronkelende slierten pasta. Wie doet er nou schilderijen in een ijskast ? Ook deze kunstenaar wil wel uitleggen waar ik naar kijk. Kunst moet net zo alledaags en smakelijk worden als kunst. Daar gaat het om. Kunst is even hard nodig als eten. Broodnodig zeg maar. Hoe goed zou het zijn als we net zo intensief van kunst gaan genieten als van eten. Dat het op die manier ook een eerste levensbehoefte gaat worden. Zonder welke we niet kunnen. Natuurlijk genieten we niet altijd van ons eten – we koken niet altijd even lekker – maar evengoed is die voeding dan ook van levensbelang. Zo is het ook met kunst ! (Camilla Severgnini)

In een hoek verderop schildert een jonge vrouw een gedicht op de wand. Het gaat over een kreeft die dreigt te ontsnappen uit haar omheining. Op de grond zie ik een vierkante kooi staan van metalen roosters. Ook de bovenkant is gesloten. Rood geverfde kreeften liggen erop. Ze zijn zo goed gemaakt dat ze echt lijken. Straks zullen ze in de kooi zijn vermoed ik. Door de donkerrode verf zijn het schilderachtige objecten geworden die mooi afsteken tegen het ijzerdraad van de kooi. Geen dieren meer eigenlijk. Uit het gedicht begrijp ik dat het dier niet opgesloten zit in die kooi maar er juist in wordt beschermd. Maar zeker weten doe ik het niet. De kunstenaar is nog bezig het verhaal in de vorm van een gedicht op de wand te schrijven. De afloop moet nog komen. Volgende week nog maar eens navragen. (Lois Dalou)

Die twee kanten aan het begrip kooi of kast of hok worden me steeds duidelijker gaande de expositie. In een kooi wordt je opgesloten. Een gevangenis is het dan geworden waar je niet uit kunt. Maar net zo goed biedt een kooi bescherming tegen de buitenwereld. Wonderlijk hoe een zelfde afzondering zulke uiteenlopende betekenissen voor mens of dier kan hebben. Ik denk aan de hortus clausus, een begrip in de schilderkunst. De afbeelding van een besloten tuin. Hoe sfeervol die kan zijn. En hoe veilig. Hoe afgesloten van de wereld. En hoe prettig.

Als ik verder loop in de ruimte word ik met deze beide kanten aan een kast geconfronteerd. Een heleboel kasten staan er opgesteld. Of liever gestapeld. Allemaal verschillend geverfd. Sommigen met teksten erop. De binnenkant van een kast vertelt over de positieve eigenschappen van de maker. De buitenrand doet verslag van de minder aangename. Andere kasten herbergen een pop of een gedicht. De beide zijden aan het bestaan in een box worden ook hier uitgebeeld. De opsluiting die plezierig is, die bescherming biedt en de opsluiting die een gevangenis wordt, die je niet wilt. (“A Change is Gonna Come”- Sam Cooke)

In het midden van de ruimte bevindt zich een houten frame waar binnen wollen weefsels hangen. Geweven of gehaakte wol. Soms gesponnen, dan weer wollig en ongesponnen. Dat varieert steeds, zonder ogenschijnlijke ordening. Maar het doet weldadig aan. Warm en beschermend. Wol in al zijn verschijningsvormen, maar wel ongeverfd, dus puur en zichzelf. Hier symboliseert de afgesloten ruimte, die overigens heel open is, vooral de veilige bescherming die een gesloten ruimte biedt. “Raak me aan” staat er bij de wol geschreven. Meestal lees je in een museum het tegenovergestelde : “Niet aankomen” ! Hier mag je je koesteren in de zachte wollen weefsels. Thuis komen in een wollen huid. Waar je in kunt wonen. Hoe weldadig is dat niet ! (Anne Jansen)

In de hoek een metalen constructie die tot het plafond reikt. Hier en daar voorzien van metalen schotten. Een stevig dik geweven kleed waar op geborduurd is hangt aan een stang. Witte vierkanten, geborduurd, die een begrenzing suggereren en een gele draad, ook geborduurd, die zijn gang lijkt te gaan. Op een hoofd lijkt. Ik zie dat er tenminste in. De gele draad lijkt me de vrijheid voor te stellen die door de witte vakken niet gehinderd wordt. Alsof je je zelfs in een afgesloten kader vrij kunt bewegen. Het in je voordeel gebruikt. Wanneer je behoefte hebt aan bescherming is het een veilige schuilplaats. Maar wanneer je naar de vrijheid verlangt verlaat je de beslotenheid van een kast of kooi. (Laila van Berge)

Een van de “kasten” is nog niet gebouwd. Ik zie wel een houten frame staan maar wat er mee gaat gebeuren is nog volstrekt onduidelijk. Ik besluit om nog een keer terug te komen en over deze expositie te schrijven. Er is zoveel over dit onderwerp te zeggen. Ik ben vast een hoop vergeten. Bij de kreeften dat gedicht aan de wand. Ook dat moet nog aan bod komen.

De kasten zijn nog niet allemaal bewoond. En bovenal spreek ik mogelijk nog kunstenaars en hoor wat zij bij dit thema allemaal gedacht hebben en uitgedrukt in hun werk.

Het onderwerp is er spannend genoeg voor !

 

Kees Hordijk

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.